29 januari 2004
Het is mijn baas:
"Mark, als je vanavond in het zwembad komt; ze zijn begonnen met de reparatie van het peuterbad..."
"Dat zal verdomme eens tijd worden, hij staat al 7 weken leeg!", denk ik, maar mijn mond murmelt iets over: "Fijn om te horen."
"...daardoor hangt er alleen wel een lijmlucht in het zwembad, ze hebben hem namelijk gelijmd. De lucht is verder niet schadelijk, maar dan weet je dat vast. En zorg dat je klanten er niet in de buurt komen. De lijm moet namelijk drogen en mag aboluut niet nat worden."
"Het is een zwembad en je wilt,dat ik iets droog houd?", hoor ik mezelf denken. Maar wederom prevel ik iets beleefds, dat het midden houdt tussen: "Ik zal er rekening meehouden.", en: "Uiteraard."
Nadat ik mezelf er een paar uur later tot dwong om te gaan werken, loop ik door de regen richting het zwembad. Uit automatisme maak ik een praatje met de receptioniste, terwijl mijn gedachten afdwalen naar alles behalve werk. Grijp ik mijn werkkleding uit een kast, kleed me om en loop richting het zwembad.
Zodra de ik de deur open doe, krijgt mijn neus het idee alsof er in het ene neusgat een watervaste stift wordt geduwd en er in het andere neusgat een tube seconde-lijm wordt leeggeknepen. Het peuterbadje is volledig afgezet met lint, en de bodem is behandeld met één of andere glasvezel-achtige substantie die bij mekaar wordt gehouden door één of andere lijmsoort.
"Nee, het is niet schadelijk...", houd ik mezelf voor: "Je staat maar 4 uurtjes aan het bad."
Enkele uren later verlaat ik het bad. "De lucht is niet schadelijk." denk ik: "Maar ik voel me als een straatschoffie uit Rio de Janeiro, die net vriendjes is geworden met de plaatselijke vertegenwoordiger van 'Pritt-lijmstiften' en daarom een vuilniszak vloeibare lijm heeft gekregen, die hij in minder dan een uur weg heeft weten te snuiven."
Geen reacties.
Reacties zijn gesloten.