9 februari 2004
Ok ik ben een professioneel piekeraar, dus daar gaat mijn brein weer. Ik ben hier met een tijdmachine heen gekomen, in de hoop om op Zweinstein te landen en daar een kijkje te nemen. In plaats daarvan zit ik hier op het Kollumsoord voor nog wat. In een grote woonkamer met nog 11 andere mensen. Voor me staan 6 tovenaars, of eigenlijk 3 tovenaars en 3 heksen. En 100 jaar geleden hebben 6 tovenaars en 12 van hun leerlingen één of andere vent genaamd Loku verslagen, die de macht over de wereld wilde krijgen. Maar omdat hij een spreuk afweerde komt hij over 5 weken terug.
Zoiets was het toch? Toch?
Maar ik tel maar 11 leerlingen. Ben ik dan de twaalfde?
Lijkt me sterk aangezien ik hier met een tijdmachine ben gekomen. Een tijdmachine? Ja een tijdmachine. Hmm, misschien moet daar maar even niet over nadenken, maar me afvragen wat ik hier doe.
Betekend dit, dat ik nu met de groep mee moet doen, en op een of andere manier ervoor gaan zorgen dat een slechte tovenaar weer versteend. Terwijl die al versteend is?
En het waren toch alleen maar leerlingen die al op een tovenaarsschool zaten?
Mijn gedachtegangen worden onderbroken, doordat de man in de paarse mantel weer begint te spreken:
Ik ben Heer Wayra, mijn collega hier naast mij in het zwart is Heer Toro. Hij is al zo vriendelijk geweest om jullie, ietwat kort door de bocht te vertellen waarom jullie hier zijn.
Ja, jullie zijn hier om ons te helpen met het verlengen van de verstenigings-spreuk. En nee, jullie komen niet in dezelfde benarde situaties als jullie voorgangers een eeuw geleden. Maar ja, het blijft een riskante onderneming. Wij zijn namelijk niet de enige die weten van de mogelijkheid tot wederopstanding van Heer Loku. Zijn volgelingen weten dit namelijk ook. En de kans dat zij, over 5 weken ook hier in de buurt aanwezig zullen zijn, is groot.
Daarom hebben wij jullie hier nu al uitgenodigd. Jullie zullen de komende vijf weken, nauw met mij en mijn collegas gaan samenwerken. Jullie kennis van Magie en de Schone kunsten zal in rap tempo vergroten. Wat het programma precies is, zullen jullie nog te horen krijgen. Maar voor vanavond staat er verder niets meer op het programma. Jullie zullen naar je kamers geleid worden. Alwaar je jezelf mag opfrissen en bijkomen. Maar wees vrij om hier nog terug te keren in de gemeenschappelijke ruimte.
Vanuit een kleine deur achter ons, komt een man in het zwart aanlopen. Ik herken hem, als de persoon die ons ook naar binnen heeft gelaten. Komt u allen met mij mee?, vraagt zijn stem ons.
Nog steeds redelijk van de wereld, staat onze groep op, een enkeling grijpt nog naar een achtergelaten jas of sjaal en redelijk stoïcijns volgen we de man naar het einde van de kamer. Maar voordat ik de kamer uitloop kijk ik nog één keer om, en zie de groep tovenaars en heksen ongemakkelijk en gespannen met elkaar praten.
Ik besef me dat we eigenlijk nog niet eens voorgesteld zijn aan de andere 3 heksen en tovenaar. Maar voordat ik me daar druk over kan maken, wordt ik gemaand op te schieten en bij de groep te blijven.
We volgen de man, of eigenlijk mannetje, want hij blijkt niet veel groter te zijn dan mijn heup, door een grote gang, 3 trappen op, weer een gang door en een laatste wenteltrap op. Dames, heren, ondanks dat dit een groot kasteel is, hebben wij slechts één grote gemeenschappelijke slaapkamer voor u. Ik hoop dat u er geen moeite mee heeft. Een enkel protest klinkt, maar het grootste gedeelte van de groep vindt het allang best, of beseft eigenlijk niet wat er gezegd wordt.
De jongeman vooraan opent de deur en voor ons doemt een groot slaap vertrek op. Een grote ovale kamer, in de lengterichting ligt een groot rood tapijt, met enkele emblemen erin geweven. Aan weerszijden van het tapijt staan 6 hemelbedden, met iets van een kast ernaast.
Ik plof op het tweede bed aan de rechterkant neer en staar met gespreide armen naar boven. Als ik omhoog kijk, zie ik, dat het plafond spits toeloopt, en dat er zich recht boven mijn bed een driehoekig raam zit, waardoor ik de wolken buiten voorbij zie drijven. Als ik nog wat beter kijk, besef ik me dat er boven ieder bed zon zelfde soort raam zit.
Ik ga aan het voeteneind van mijn bed zitten en staar even de kamer rond. Iedereen heeft zijn of haar plek wel gevonden. Tegenover me zie ik 2 jongedames in gesprek zitten. Daarnaast ligt een jongen totaal voor pampus, met zijn gezicht in het kussen, op zijn bed. Links van me ligt een jongeman de brief, die we hebben gekregen, nog eens door te lezen. En rechts van me ligt een jonge vrouw op haar rug, met haar handen onder haar hoofd gevouwen naar boven te staren. Ze heeft klaarblijkelijk ook de ramen ontdekt, want ze grijnst op het moment dat er een vogel voorbij vliegt.
Ik sta op en loop naar de andere kant van de kamer. Aan het andere eind van het tapijt, recht tegenover de deur, zit een groot rond raam. Als ik ervoor sta, zie ik dat de vensterbank eigenlijk een heerlijke bank is. Ik ga zitten, nestel me tegen het linker kozijn aan en staar naar buiten. Recht voor me torent het hoofdgebouw, boven de rest van het kasteel uit. Verder biedt dit raam een mooi uitzicht over de rest van het kasteel, we zitten klaarblijkelijk in een toren. Vanuit de rest van de kamer klinkt een zacht geroezemoes.
Dat wat van buitenaf hoeken van de kasteelmuur leken, zijn echter vierkante torens, van bovenaf blijkt de kasteelmuur namelijk ovaal te zijn, i.p.v. rechthoekig of wat we ook gedacht mogen hebben.
Als ik mijn blik over de kasteel muur heen laat vallen, zie ik dat de lucht inmiddels behoorlijk donker is geworden. Ik ga wat verzitten, en als ik voorbij de grote toren kijk, zie ik de zon achter de kasteelmuur verdwijnen.
Ik sta weer op en met de laatste zonnestraal van de dag in mijn rug, sjok ik terug naar mijn bed. Ik glimlach om mijn eigen slagschaduw die zich op het tapijt vormt. En heel even flitst er een andere schaduw van rechts naar links door mijn schaduw. Ik draai me om, maar zie niets anders buiten dan alleen de grote toren en een stukje kasteel. De laatste paar meter strompel ik achteruit, totdat ik zacht achterover op mijn bed val.
Hoi, ik ben Mara, hoor ik rechts van me.
Carolien — 9 februari 2004
Zucht.. ik zit er 'in'.
aragorn — 9 februari 2004
Mooi verhaal. Meer, meer!
TinyBear — 9 februari 2004
Ik "volg" de tijdmachine pas sinds hij langskwam bij Dubbel&Dwars. Daar zat ik al gekluisterd aan mijn schermpje te lezen...zo ook dit keer. Ik heb in 1 keer alle 4 gelezen en plaats dan ook "alleen" hier een reactie....kan niet wachten tot het volgende deel komt!
Neneh — 9 februari 2004
Nu gaan we toch echt een boek samenstellen! Mooi Marc! Echt geweldig!
lidy — 10 februari 2004
En toen? En toen? Ik wil weten wat er verder gebeurt =) knuffels
Reacties zijn gesloten.