13 februari 2004
Als ik samen met juffrouw Ada en een aantal andere leerlingen de trap op loop, houd ik even stil om me nog even om te draaien en de binnenplaats te bekijken. Aan de voet van de trap zie ik Mara en Martín nog rennnen en lachen. Iets verder zie ik Heer Toro richting kasteelmuur lopen en de kist oprapen die we deze ochtend met zijn allen misbruikt hebben. Het ding ziet er een beetje laveloos uit, maar ook oud en sterk. Een aparte kist, denk ik en mijn blik reist verder naar de bovenkant van de kasteel muur. Het zonlicht zet de kantelen in hun volle glorie en als ik wat verder naar rechts kijk, ziet de poort, waarachter de slotgracht met zijn ophaalbrug, ligt er imposant en sterk uit. De twee torens die de bovenkant van de poort bewaken worden bevolkt door een aantal vogels. Als ik het goed heb zijn het een aantal kauwen en een enkele duif, maar mijn ogen hebben zich redelijk samengetrokken door de toch nog felle zon, zo half november.
Kom we gaan eten!, roepen Mara en Martín tegelijkertijd als ze me beiden van achteren bespringen. Niks geen Tai Chi reflexen hier, ik val gewoon om en met zijn drieën rollen we lachend over de vloer van de deur. Als we de woonkamer binnen lopen zitten de meeste mensen al aan een grote lange tafel aan de rechterkant van het vertrek. Links daarvan bij de openhaard staat Heer Wayra in overleg met Heer Toro en Juffrouw Lina. Hun blikken verraden niet veel positiefs, maar als ze zien dat de lunch geserveerd wordt, trekken hun gezichten bij en gaan ook aan de lange tafel zitten.
Ja Monique, dat weet ik, hoor ik Vincent aan de overkant van de tafel zeggen: Ik kan er toch ook niets aan doen dat mijn staf zo lang is. Ik kijk naar degene die Monique werd genoemd en zie dat het, het kleine meisje is, waar ik Vincent al vaker mee heb zien lopen. Ja maar je sloeg Heer Toro bijna onderuit en de uitwerking die je staf had op de kist was ook niet heel erg groot. De mijne ging tenminste nog open en blies wat witte rook de lucht in. Maar bij jouw leek het wel alsof hij een kriebel in de keel had en dat er even uithoestte. Martin kijkt enigszins beschaamd naar zijn kom soep met een homp brood ernaast en speelt een beetje met zijn lepel door de soep heen. Vincent, kun je me even een stuk brood aangeven?, vraag ik. En terwijl hij me een beetje onhandig de schaal met brood aangeeft, vraag ik aan hem, hoe hij aan zon mooie staf komt. Zijn ogen beginnen een klein beetje te schitteren en hij antwoord voorzichtig: Vind je hem echt mooi? Tuurlijk, anwoord ik: Ik heb zelf ook zon lange staf en als ik iemand anders ook zon ding zie hanteren dan schept dat toch een zekere band. Als je wilt zal ik je binnenkort een paar handigheidjes leren hoe je ervoor zorgt dat je die stok niet doelloos rondzwaait en ongelukken veroorzaakt. Zijn ogen puilen inmiddels bijna uit zijn oogkassen van vreugde en zijn mond stamelt een voorzichtig bedankje. Monique kijkt me enigszins verwaant aan, maar krijgt de kans niet om wat te zeggen.
Heer Wayra is inmiddels opgestaan en spreekt tot de tafel: Jullie zijn deze ochtend ingedeeld in drie groepen. Voor vanmiddag zullen jullie met de persoon meegaan bij wie jullie zijn ingedeeld. Zij zullen jullie een verdere uitleg geven over wat er de komende dagen van jullie verwacht wordt. Voor nu, hoop ik dat de maaltijd gesmaakt heeft. Stapel jullie borden en kommen weer netjes op de kar, dan mogen jullie van tafel. Over een half uurtje worden jullie hier weer verwacht.
Een heerlijk geroezemoes klinkt er over de tafel heen, als iedereen de borden begint te verzamelen. Ik loop in mijn eentje terug naar de buitendeur en ga boven aan de trap zitten. Mijn staf ligt op mijn schoot en ik staar een beetje doelloos voor me uit. Ik bekijk hem even en vraag me zwaar af hoe hij hier in vredesnaam is gekomen. Alles klopt, de tekeningen die ik er aan de bovenkant op heb geschilderd. De kleine oneffenheden van het hout. De twee stukjes tape die de boven en onderkant van de stok beschermen en markeren. Zelfs de strepen die hij heeft gekregen door het vele oefenen tijdens de lessen en in het bos kloppen. Het is toch echt mijn staf.
Ik sta op en zet mijn voeten op schouderbreedte, ontspan mijn lichaam en houdt de stok in mijn rechterhand naast me. Ik sluit mijn ogen en ik luister naar de geluiden om me heen. Eigenlijk is het muisstil. De deur van het kasteel is gesloten en laat geen geluiden door, in de verte hoor ik een enkele vogel fluiten en de wind die over de kantelen waait geeft een lichte rustgevende zoem. De zon die in mijn gezicht schijnt voelt warm aan voor de tijd van het jaar en ik voel een zachte bries mijn gewaad naar rechts blazen. Plotseling wordt er in mijn linker oor geblazen. Ik open mijn ogen en kijk naar links. Niets te zien. Ik kijk eens om me heen, niemand, alles is nog even stil. Dan wordt er in mijn nek geblazen, ik draai om maar zie wederom niets. Ik kijk een beetje verward om me heen, maar hoor dan in de verte gelach. Ik kijk omhoog en zie dat het grote ronde raam van de onze slaapkamer een stukje openstaat. Daar staan twee bekende gezichten van Martín en José te lachen, terwijl één van hen met zijn toverstaf zwaait. Ik zwaai lachend terug en loop naar binnen.
Als ik boven ben gekomen zitten de twee lachend op het bed van José. Je had je reactie moeten zien, lacht de eigenaar van het bed. Ja vooral je gezicht was briljant, schatert de ander. Jaja, grijns ik: dat trucje moeten jullie me ook maar eens leren. Maar als jullie het niet erg vinden, sla ik even wat water door mijn gezicht heen en hobbel dan weer naar beneden. We zullen zo wel weer beginnen.
Als ik van de toiletruimte terug loop, kom ik Mara tegen. Ze hadden je flink te pakken hoorde ik? Ja, mompel ik: maar loop je mee naar beneden? Juffrouw Ada zal wel op ons zitten te wachten. Is goed., zegt ze: nog even een paar spullen op mijn bed leggen en dan kom ik eraan, terwijl ze een handdoek omhoog houdt als bewijs.
We lopen de woonkamer in en zien, dat Juffrouw Ada al op ons staat te wachten. Naast haar staat Martín te grijnzen en een andere jongen. Ik schat hem een jaar of 16 of 17. Hij heeft een smal postuur, een scherp afgetekend smal gezicht en ik kan nou niet zeggen dat hij echt vrolijk kijkt. Arek, mompelt hij, als we eraan komen lopen en mekaar begroeten. Ik ga er maar even vanuit dat hij daarmee zijn naam bedoelt.
Juffrouw Ada neemt ons mee naar de grote zandbak kamer, alwaar Heer Osso ook aanwezig is. In zijn rechterhand houdt hij een lange smalle zwarte toverstaf, die nog het meest lijkt op een floret, die ze bij schermen gebruiken, alleen dan zonder de beschermingskap voor de hand. In zijn linkerhand houdt hij een punt van zijn grote rode mantel. Als ik hem zo zie bewegen op de zandvloer, doet hij me nog het meest denken aan een toreador die rond een stier draait, vlak voordat hij een sabel in de nek van het dier boort.
Osso!, roept Juffrouw Ada en ze klapt tweemaal in haar handen: Het is tijd om te beginnen. Senor Osso kijkt op, richt zijn lichaam op en loopt trots richting ons kleine groepje. Zoals jullie misschien al begrepen hebben, of misschien ook niet, begint juffrouw Ada vriendelijk. Zijn wij hier bijeen om ervoor te zorgen dat Heer Loku over vijf weken niet de kans krijgt om zichzelf uit zijn gevangenis-spreuk te bevrijden. Of hij daarbij hulp gaat krijgen of niet, weten we niet. Maar wij zijn nu met ons kleine groepje hier, om ervoor te zorgen, dat alle eventuele hulp die hij zou kunnen krijgen verhinderd wordt. Hoe we dat gaan doen is net zo simpel als dat het moeilijk is. Jullie zijn bij mij en Senor Osso geplaatst voor de kwaliteiten die jullie hebben in aanvallen en verdedigen. Aan ons is het de taak om eventuele handlangers van Heer Loku bij hem vandaan te houden, op iedere mogelijke manier. Daarom zullen Senor Osso en ikzelf jullie vaardigheden de komende paar weken bijschaven, verbeteren en nieuwe dingen aanleren.
Ik kijk de groep rond en eindig bij Martín. Het ziet er naar uit dat je toch je zin krijgt mijn spaanse vriend, we zullen waarschijnlijk binnenkort tegen elkaar mogen sparren. Martín kijkt me alleen maar aan en knikt met een vriendelijke glimlach: Inderdaad.
Carolien — 13 februari 2004
:-)
Ðulû — 13 februari 2004
Wat een lang verhaal!
Hansje — 13 februari 2004
Zo, weer helemaal bijgelezen. Wat een schitterend verhaal, Mark!
TinyBear — 14 februari 2004
zucht....je schrijft het erg mooi....ik verdwijn in je verhaal, wacht met smart weer op de volgende delen. Enneh....wat mij betreft niet te lang hoor!
Reacties zijn gesloten.