classic / modern

← terug

Gedichtje 1
26 maart 2003


Dit gedicht las ik vanavond op het station, wachtend op de bus. Je wordt er een beetje weemoedig van, maar het beschreef voor mij wel een beetje de wereld op dit moment.

Laten wij maar nergens meer over spreken

Wij waren de zwijgende mensen uit de bergen,
de haastige mensen uit de hoge steden,
de kalme mensen van de rivier,
de lachende vreesachtige mensen uit het oorwoud.

Wij waren de wijzen uit het oosten en het westen,
wij waren de warme kinderen van de zuidelijke zon,
de koele kinderen van de noordzee en het noordland.

Dat is nu allemaal even voorbij
als het kloppen van onze harten.
Wij zijn grijze gangen, blinde ogen, lamme handen, voeten,
starre wassen ontzettende beelden,
duisternis.

Wanneer wij lopen zijn wij manke dieren.
Wanneer wij vliegen zijn wij lompe vogels.

Wij zijn de eindeloos durende film van de dood.

Want het ergste is:
zolang wij ons nog de kleur van één bloem,
de liefde van één mens, de zachte huid van één nacht
proberen te herinneren,

zolang nog wordt het niet licht voor ons

Laten wij zwijgen.
Laten wij maar nergens meer over spreken.

Hans Andreus






liesett — 26 maart 2003

mooi & pijnlijk tegelijkertijd


ErHa — 26 maart 2003

Inderdaad. Mooi.





Reacties zijn gesloten.

logo